Opleidingsplan U6 & U7


Voor de U7:

 

Positie 1: probeer aanspeelbaar te zijn, vooral meedoen met de voeten, mee voetballen, doorschuiven en vliegende keeper.

Positie 2 en 5: sta open aan de zijlijn, met je rug naar de zijlijn, zorg dat de “6” de bal kan terugspelen, je kunt dribbelen, kaatsen, één twee beweging, als men van op de andere flank de bal voorzet kan je voor doel komen. Wees aanspeelbaar als de keeper de bal heeft, je kunt in de voet of in de diepte worden aangespeeld. Als je kan mag je een actie maken, wisselen van positie.

Positie 3: Aanspeelbaar zijn als de keeper de bal heeft, de pas terug mogelijk maken voor andere spelers, eerst diep spelen en dan breed, inschuiven.

Positie 6: Probeer goed diep te blijven, maak ruimte voor je medespelers, kom niet te snel naar de bal. Je kunt de bal in de voet vragen en in de diepte. Je kunt de tegenstander verrassen door een vooractie te maken. Je kunt aannemen, dribbelen, kaatsen of de bal vasthouden. Probeer aanspeelbaar te zijn voor het doel, wegblijven als de flankspeler opkomt met de bal, aanspeelbaar zijn als de keeper de bal heeft, een actie maken.

Kinderen van deze leeftijd hebben vaak nog kenmerken van de kleuterperiode in zich. Dat betekent een grote romp, ze zijn vrij snel vermoeit, maar herstellen daarvan snel. Hun concentratievermogen is nog niet zo groot. Ze zijn druk, kunnen slecht stilzitten en willen van alles ondernemen.

Deze kinderen zijn weinig sociaal voelend en denken vooral aan zichzelf. Ze kunnen wel samenspelen, maar net met elkaar. Ieder kind speelt op zijn eigen manier, in zijn eigen tempo en op eigen initiatief. Toch wil zo een kind graag nieuwe dingen leren. Doordat ze sfeergevoelig zijn, zal dit het beste lukken als ze kunnen spelen en oefenen in een vertrouwde omgeving.

Een kind heeft vooral op zijn zesde levensjaar een sterke groeiperiode achter de rug. Dit kan motorische afwijkingen met zich mee brengen. Dit is meestal van korte duur en er zal snel verbetering van de lichaamscoördinatie optreden. De wil om te winnen is bij de zes jarigen nog maar heel beperkt aanwezig. Hij leeft in een fantasiewereld en ziet de wedstrijd en training als een avontuur. Een debutantje drukt zich spontaan en origineel uit en het is typerend dat er op die leeftijd grote individuele verschillen zijn.

Verder reageert elk kind heel verschillend op sommige situaties.

Kort samengevat:

-Gunstige lichaamsverandering;

-Grote bewegingsdrang;

-Snel vermoeit en ook weer hersteld;

-Concentratie zeer moeilijk;

-Weinig sociaal;

-Individueel gericht.

 

Debutantjes zijn niet rijp voor ons voetbal, duel 1 tegen 1, einddoel is 2 tegen 2. Egocentrisch = 1 speler – 1 bal. Algemene balvaardigheden en oog-hand-coördinatie.

Spelend leren in speelfase.

FUN aspect is zeer belangrijk bij deze groep.

Training opbouwen: warming-up met bal, tussenvorm en eindigen in wedstrijdvorm.

Aandachtspunten: lichaams- en balvaardigheden, oog-hand coördinatie en oog-voet coördinatie, werpen, trappen, vangen, balgewenning met de voet, dribbel en drijven van de bal, trappen en passing.

Hoofdzakelijk wordt Multi-move toegepast bij deze groep.

Beweging- en balvaardigheidsfase:

Leren ervaren wat een bal is, hoe de bal rolt.

Bal kunnen gericht rollen met voorkeurshand, ander hand en beide handen.

Bal kunnen opwerpen en opvangen.

Kunnen spelen met verschillende ballen ( kleine bal – grote bal, ballon, zachte- en harde bal).

Bal kunnen werpen op verschillende manieren: bots pas, borst pas, hoge bal, ver, dicht, hoog, laag,…..

Eenvoudige bewegings- en balvaardigheden als fundament voor de specifieke pre-techniek-scholing.

 

Coördinatie

Onbeholpen kind, weinig lichaamsbeheersing, weinig evenwichtsgevoel, weinig lichaams-, ruimte- en tijdsbesef.

Vaak nog geen voorkeurvoet ontwikkeld ( geen dominantie links of rechts)

Lichaamsperceptie

De ontwikkeling van het lichaamsschema voorbereiden door gevarieerde ervaringen met nadruk op enkele vermogens:

Lateralisatie: dit is het bewust worden van de tweezijdigheid van het lichaam. Via ervaring en verwoorden leren de spelers de begrippen voor/achter/onder/boven en links/rechts vanuit hun eigen lichaam.

Evenwichtscontrole

Houdingsvorming

Inhibitievermogen: dit is het remvermogen om een bepaalde beweging af te remmen of om te buigen in een andere beweging.

Reactiesnelheid

Oog-hand-voetcoördinatie

 

Ruimteperceptie.

De speler moet zich kunnen situeren en oriënteren in de ruimte en moet kunnen de ruimte structureren.

Richting: voor, zij- en achterwaarts, links en rechts;

Herkenningspunten;

Traject: een uitgetekend of afgesproken traject kan voeren;

Schatten van afstanden: dichtbij en veraf;

Lagen: kniehoogte, heuphoogte, borsthoogte, …. Boven het hoofd

Tijdsperceptie.

De speler moet de tijd kunnen structureren;

Duur schatten van snelheid: snel – traag.

Lenigheid.

De debutantjes hebben meestal een grote lenigheid, dit moet wel licht onderhouden worden.

Uithouding.

Erg oneconomisch lopen (veel energie verlies), snel moe ( maar ook een snelle recuperatie)

 

Concentratie.

Geen langdurige concentratie mogelijk

Kracht.

Beter functioneren van neuro- musculair systeem (kracht coördinatie)

 

FUN staat centraal!!!

In het planmatig leerproces van debutantjes is het zeer belangrijk om voldoende aangepast leerinhouden aan te bieden die alle motorische basisbewegingen scholen. In een eerste fase wordt veel aandacht besteed aan algemene bewegingsvaardigheden vooraleer over te gaan tot het aanleren van specifieke voetbalvaardigheden. Hoe beter de fundamenten ( beweging- en balvaardigheid) hoe groter de kans dat de ontwikkeling in een volgend stadium ( basis, initiatie, coördinatie) met succes kan worden doorlopen.

Het aanleren van speelse bewegingsvormen ( Multi-move) is een voorbereiding, maar ook een voorwaarde, op de latere optimale voetbal-techniek-scholing.

 

Algemene motorische BAL – vaardigheden.

In de bewegingsschool leren we kleuters eerst goed bewegen, stappen, lopen (voorwaarts, zijwaarts en rugwaarts), springen, vallen en opstaan.

Ook leren spelen met verschillende soorten ballen, hard, zacht, groot, klein… . Is belangrijk.

Van eenvoudige oefeningen oog-hand coördinatie naar eenvoudige voetbalvaardigheden. M.a.w. algemene motorische BAL – vaardigheden. Te vroege specialisatie en oefenstof die niet aangepast zijn aan het niveau van de kinderen kan leiden tot demotivatie en een mogelijke drop – out. Kinderen vinden de voetbaltrainingen niet meer leuk en/of geven de voorkeur aan een andere sportdiscipline.

-Kinderen komen voetballen omdat ze het leuk vinden;

-Kinderen spelen zeer graag;

-De uitdaging is voor de opleider: kinderen spelend doelgericht laten leren;

-Neem zeker geen kopie van volwassentraining;

-Werk met niveaugroepen = noodzaak van differentiatie = beter leerrendement;

-Iedereen speelt voortdurend;

-Iedereen speelt op zijn niveau;

-Iedereen speelt binnen zijn eigen belevingswereld;

-Iedereen heeft plezier;

-Iedereen speelt om te winnen, maar het resultaat is snel vergeten.

Hoe spelplezier ontwikkelen.

-Meer wedstrijdvormen dan tussenvormen;

-Beperkt technisch- tactisch bijsturing;

-Spelend leren voetballen/ training moet leuk zijn;

-De spelvormen moeten uitdagend en haalbaar zijn;

-Laat de kinderen creatief en vrij bezig zijn;

-Laat ze voetbal spelen;

-Luisteren naar de kinderen: emotionele ondersteuning;

-Straal enthousiasme uit als opleider;

-Het kind speelt bijna de gehele tijd voetbal;

-De speler komt vaak aan de bal, krijgt veel scoringskansen;

-Het kind mag vrij spelen;

-Wordt aangemoedigd door de opleider;

-Positieve coaching;

-Wordt gesteund door de ouders.

 

Lifestyle – vaardigheden bij de debutantjes.

Bewegingsdrang ontwikkelen en stimuleren, het ontdekken en beoefenen en affiniteit hebben met andere sporten, veiligheidsaspecten accentueren binnen het sportgebeuren.

Gevaar verplaatsbare doelen, spelen in de kleedkamer en onder de douche, activiteiten na de wedstrijd of training. Gevaar leren kennen.

Voedingsattitude: veel drinken ( voor, tijdens en na de training). Chips en cola beperken, fruit en water aanmoedigen.

Hygiëne: netheid van de sporttas, kledij, wasgerief, scheenbeenbeschermers, aangepaste kledij ( regenjas, lange broek in de winter)

Huistaak: toverdrankje maken en meebrengen naar de training, kappen en draaien, schijnbeweging, passeerbeweging inoefenen.

Discipline: afspraken nakomen.

Initiatief: zelf de sporttas kunnen maken, zelf contact kunnen nemen met de opleider, zelf je veters kunnen binden.

Beleefdheid – houding: hand geven aan de begeleiders – opleiders, medewerkers.

Fair Play: willen winnen en kunnen verliezen. Leren samenspelen, respect voor de scheidsrechter, medespelers en tegenstrevers.

 

Lifestyle inhouden in de speelfase naar de begeleiders-opleiders.

Begeleiden van debutantjes is een zeer zware en moeilijke taak.

 

Kinderen voortdurend aandacht geven;

Zeer veel variatie in oefenstof;

Constant enthousiasme noodzakelijk;

Steeds inleven in situatie van het kind;

Kinderen enthousiast maken en houden voor het “spelleke”;

Inzicht in en kennis van leeftijdsspecifieke kenmerken met oog voor totale persoonlijkheidsontwikkeling;

Opvoeder, opleider, animator en begeleider zijn;

Continuïteit brengen in de opleiding = specialisatie door meerdere jaren training geven aan dezelfde leeftijdsgroep;

Geen kopie van voetbal voor volwassenen.

Geen “trainer” willen zijn, maar wel opleider, begeleider, opvoeder.

 

Tips voor begeleider – opleider in de speelfase.

Positieve coaching / beloning:

Spreek in de ”uitdagende vorm”. Wie kan dit? Wie is het snelst? Plaats de speler in een inspirerende spelomgeving. Laat de spelers zelf problemen oplossen. Willen winnen maar kunnen verliezen.

Straal enthousiasme uit:

Wees positief ingesteld. Kinderen mogen en moeten fouten maken. Roep niet constant wat ze wel of niet mogen doen. Winnen en verliezen is heel belangrijk. Maak duidelijke afspraken en reglementen. Wees eerlijk en consequent.

Spreek het kind aan op ooghoogte:

Eenvoudige organisatie. 1 beeld zegt meer dan 1000 woorden. Voordoen en nadoen methode. Veel herhalingen: kind vergeet snel wat het vroeger gedaan heeft.

Moedig kinderen aan om thuis te voetballen – geef huiswerk mee.

Met één of twee trainingen per week word je geen profvoetballer. Kinderen moeten altijd en overal voetballen. Geef zelf een juiste demonstratie of laat spelers die iets goed doen voortonen.

Veel variatie binnen dezelfde organisatie.

Voetbal spelen staat centraal, niet de organisatie. Opbouw van eenvoudig naar moeilijk. Wees kritisch voor jezelf, als kinderen de oefening niet begrijpen is dit veelal omdat de oefening niet aangepast is aan hun belevingswereld. Streef naar een vlotte aaneenschakeling van de oefeningen. Zijn kinderen moe, laat ze rusten.

Speel veel “matchkes”.

Veel eenvoudige spelen met weinig uitleg. Kinderen willen scoren – doelpunten maken. Dus relatief grote doelen. Laat iedereen meespelen. Geen file-training. Elke speler is actief met de bal bezig.

  

Leerinhouden.

Algemene en specifieke voetbalvaardigheden aanleren op een speelse en doelgerichte manier. Aangepast aan de belevingswereld en aan het niveau van het kind. Kind staat centraal.

  1. Fysiek-coördinatie
    Voorwaarts, zijwaarts en rugwaarts lopen. Sprinten, starten, stoppen, springen, huppen.
    Reactiespelen, loop- en tikspelen, aandachtspelen en estafettespelen.
  2. Technisch-coördinatie
    Werpen, vangen, rollen, bal kaatsen, bal leiden, bal stoppen,…
    Balvaardigheid: oog-hand-coördinatie
    Loop- en tikspelen met de bal, aandachtspelen met de bal, reactiespelen met de bal.
  3. Explosiviteit-snelheid
    Bewegingssnelheid speels ontwikkelen, reactiespelen tik- en loopspelen, estafettespelen, aandachtspelen.
  4. Explosiviteit-Kracht
    Speelse duelvormen, trek- en duwspelen, werpen, springen spelend ontwikkelen, geen gerichte scholing.
  5. Herstellen
    Lang kunnen spelen door veel te spelen. Geen gerichte scholing. “20 seconden regel (hoog intensieve inspanningen beperken tot 20 seconden)
  6. Blessurepreventie
    Proprioceptie (statisch evenwicht)
  7. Testen – monitoring
    Eenvoudige uitdagende spelvormen, wie is eerst? Wie trapt de kegel omver?
  8. Huiswerk
    Oog-hand-voet. Verschillende ballen gebruiken, basisbewegingen, jongleren initiatie, meerdere sporten beoefenen
  9. Recreatieve spelen/ circuit/ tornooi vormen
    Tweelingvoetbal, stopvoetbal, voetbalkermis, shoot out 1 tegen 1, balvaardigheidscircuit

 

Trainingsmethodiek debutantjes 60-75 minuten

Warming-up & 15 minuten

Wedstrijdvorm 1 & 10 minuten

Tussenvorm 1 & 10 minuten

Wedstrijdvorm 2 & 10 minuten

Tussenvorm 2 & 10 minuten

Wedstrijdvorm 3 & 10 minuten

Cooling down & 5 minuten

 

Algemene richtlijnen.

-Een goede voorbereiding is meestal garantie op succes van de training. Maak uw oefeningen vooraf op papier.

-Oefenstof zal steeds moeten aangepast worden aan het niveau van de spelersgroep.

-Maak niet de fout dat je steeds met iets nieuws moet komen. Variatie kan worden gezocht in dezelfde oefeningen.

-Verpak conditionele doelstellingen zoveel mogelijk in technische- en tactische vormen.

-Zorg voor aanvang van de training of wedstrijd altijd voor een goede warming-up en erna voor cooling-down. Stretchen vanaf U12.

-Warming-up met de bal

-Integreer uw keeper in de warming-up

-Uitleg en demo samen.

-Geef van U6 tot U12 huiswerk

Leer de spelers verantwoordelijk te zijn voor het materiaal, accommodatie, eigen materiaal en uitrusting

-Organiseer uw training zodat u zo weinig mogelijk het materiaal moet verplaatsen

-Zet uw materiaal klaar voor de aanvang van de training

-Houdt bij de allerkleinsten rekening met het taal gebruik, geen moeilijke woorden. Maar de taal van het kind.

-Oefenen van twee voeten van kleins af aanleren

-Positiespelen aanleren

-Pas de grootte van het terrein aan, max de grootte van het origineel wedstrijdveld

-Laat de spelers actief recupereren na een conditionele oefening of maak gebruik van overgangsoefeningen

-Maak onderscheid tussen de verschillende niveaus bij de allerkleinsten.

-De mentale begeleiding niet verwaarlozen. Geef uitleg aan spelers waarom ze eventueel niet in de basis staan.

-Wees consequent in de benadering van de spelers

-Weet met wat je bezig bent en wat je wenst te bereiken

-Werk met vaste nummering

-Maak gebruik van vaste coaching woorden (bij bal- pressing, positie, dekking, los, schuiven, sluiten, remmen, dichter. Bij bal+ verander, open, geef, rug, zakken, vooruit, diep, weg, alleen, vraag, kaats)

-Laat de spelers zelf de fouten constateren en laat ze zelf naar een oplossing zoeken

-Maak gebruik van stop-help methode

-Geef de spelers ieder een bal

-Wees creatief

 

Charter voor speelgelegenheid

Als streefdoel stellen we dat iedere speler op de wedstrijd uitgenodigd een helft van de wedstrijd speelgelegenheid krijgt, tenzij er inbreuken werden vastgesteld op de clubnormen en waarden.   Bv te laat komen, kledij niet in orde, flagrante overtredingen en of onsportief gedrag.

 

De 10 geboden van de jeugdtrainer

  • Elke speler is belangrijk, dus geven we de uitleg en de demo aan alle spelers. Zorg dat je iedere speler ziet en kan volgen.
  • Uitleg en demo tegelijkertijd
  • Laat spelers zelf tijdens de demo de sterke en zwakke punten van de uitvoering vaststellen
  • Zorg voor uitdagende vormen
  • Spreek de taal van de speler
  • Moedig de spelers aan
  • Durf te coachen zodat ze voelen dat je hen wil helpen
  • Hou de score goed bij, ze spelen om te winnen en waak over het reglement
  • De trainer is verantwoordelijk voor de spelers vanaf het moment dat de ouders hun kinderen afzet aan het terrein en dit tot na het douchen. Blijf na de training of wedstrijd in de buurt van de kleedkamer en controleert eventuele speelse vandalisme.
  • Je bent trainer of opleider. Geen speler. Speel zelf niet mee in de wedstrijdvormen. Stel je op zodat je alle spelers kunt evalueren tijdens de wedstrijdvorm.

Coaching woorden zijn zeer belangrijk tijdens de wedstrijd. Daarom worden deze woorden aangeleerd en gebruikt op de trainingen. De trainer moet zich zorgen dat alle spelers deze woorden kennen en gebruiken. Laat dit een routine zijn op de training en in de wedstrijd.

De bedoeling moet zijn dat de spelers tijdens het seizoen een vooruitgang maken in het vooruitzicht van het volgende seizoen.

Resultaat is niet belangrijk, maar de vooruitgang wel.

Hou rekening met het niveau van het kind. Ieder speler moet op gelijke basis behandeld worden. Blijf objectief.

Wees eerlijk en beleefd tegen over de ouders. Het coachen is een aangelegenheid van de trainer. Wanneer de ouders hun kind ook zouden coachen is dit voor het kind enorm verwarrend. Dus in dit geval haal je het kind uit de wedstrijd. Blijf een bepaalde afstand houden met de ouders.

Bij problemen kan je als eerst persoon de coördinator aanspreken. Als het probleem te groot is zal ik als TVJO tussen komen.