Opleidingsplan U14 & U15


Basistaken bij 11 tegen 11 per positie bij balverlies

Positie 1 doelman

Doelkansen voorkomen door goede coaching en positiespel ver voor het doel. Anticiperen vooral op dieptepasses doorheen het centrum. Snel duel opzoeken bij 1 tegen 1 maar slechts in de voeten gaan als je bij de bal kan, anders remmend wijken.

Positie 2 en 5 flankverdedigers

Zone op de flank verdedigen, niet kruisen met centrale verdediger. Zo snel mogelijk balbezitter onder druk zetten indien dichtst bij de bal. 1-1 duel agressief maar niet laten uitschakelen, slechts tackelen bij 100% zekerheid. Tegenstrever naar binnen duwen bij voldoende dekking en geen doelkans. Naar binnen komen als de bal op de andere flank zit ( op dezelfde hoogte van de centrale verdedigers of hoger als rechtstreekse tegenstander dit toelaat). Hoe dichter bij doel, hoe strikter de dekking op directe tegenspeler zonder bal.

Positie 3 en 4 centrale verdedigers

Eigen zone centraal verdedigen, niet kruisen met andere centrale verdediger. Zo snel mogelijk balbezitter onder druk zetten indien dichtst bij de bal. 1-1 duel agressief maar niet laten uitschakelen. Slechts tackelen bij 100% zekerheid. In dekking van naburige flankspeler als die balbezitter aanvalt. Op dezelfde hoogte van andere centrale verdediger als de bal op de nadere flank is. Hoe dichter bij doel, hoe strikter de dekking op directe tegenstrever zonder bal. Coaching van andere verdedigers en middenveld.

Positie 6 en 8 verdedigende middenvelders

In je zone dieptepass beletten (speelhoeken afsluiten in de diepte). Zo snel mogelijk de balbezitter onder druk zetten indien dichtst bij de bal. 1-1 duel agressief maar niet laten uitschakelen. Slechts tackelen bij 100% zekerheid. Mee schuiven bij pressing vooral wanneer tegenstander op de flank in de problemen zit. Naar binnen komen als de bal op de andere flank zit. Coaching van andere middenvelders en spitsen.

Positie 10 aanvallende middenvelder

Eigen zone centraal verdedigen, geen kruising van looplijnen met andere laterale middenvelders of aanvaller (axiaal). Speelhoeken afsluiten in de diepte, dieptepassing beletten. Proberen terug te zakken tussen de 2 controlerende middenvelders. Zo snel mogelijk balbezitter onder druk zetten indien dichtst bij de bal, remmend wijken, zich niet laten uitschakelen, pass naar de buitenkant laten geven. Mee schuiven bij pressing wanneer tegenstander op de flank in de problemen zit. Coaching van de spitsen.

Positie 7 en 11 flankaanvallers

Eigen zone op de flank verdedigen, geen kruisbeweging meet andere middenvelders of spitsen. Eerst naar binnen komen en ruimte kort houden met centrumspits, beletten dat er diep kan gespeeld worden, speelhoeken afsluiten. Verdedigers dwingen van passing naar buitenkant. Op het juiste moment pressing op de balbezitter, bij kans op balrecuperatie eerst tegenstander ophouden en als andere aanvallers en middenvelders goed aangesloten zijn pressing.

Positie 9 diepe spits

Zich tussen beide flankaanvallers opstellen, geen kruisbeweging met andere aanvallers. Speelhoeken afsluiten naar centrum toe, beletten van dieptepassing. Verdedigers dwingen van passing naar buitenkant. Actief mee schuiven bij pressing.

 

Teamtactics

Bal+

Driehoekspel (juiste onderlinge afstanden). Ruimte creëren voor medespelers en benutten van deze ruimte. Zo snel mogelijk de bal nauwkeurig doorspelen. Een zo hoog mogelijk balsnelheid ontwikkelen. Subtiele passing in de diepte. Diepte induiken maar opgelet voor buitenspel. Balrecuperatie = 1ste actie is diepte-gericht. Diep blijven spelen.

Bal-

Speelruimte verkleinen (35m op 35m). Evenredige onderlinge afstanden. Medium blok. Centrale verdediger dichtst bij het duel bepaalt buitenspel lijn. Geen kruisbewegingen met naburige spelers. Het schuiven en kantelen van het blok. Voorzet beletten. Passing in de diepte beletten, centrum afsluiten. Onmiddellijk na balverlies druk zetten en dieptepassing verhinderen.

 

Taken bij balverlies volledige ploeg

Fase 1: aanpassen aan het offensief van de tegenstander: zo snel mogelijk de juiste verdedigende organisatie innemen en zo snel mogelijk de speelruimte voor de tegenstander verkleinen. Op het ogenblik dat de tegenpartij in het bezit komt van de bal, probeert de ganse ploeg de speelruimte voor de tegenpartij te verkleinen. De linies komen zo snel mogelijk naar elkaar toe richting van de bal. De onderlinge afstand binnen de zelfde linie worden zo kort mogelijk gemaakt. Een goede onderlinge afstand is 10 à 15 m. De onderlinge afstand verkleint naarmate men dichter bij de speler aan de bal komt. Afsluiten van de hoeken. De speler het dichtst bij de bal valt de balbezitter aan. De directe weg naar het doel wordt afgesloten zodat de balbezitter slechts ongevaarlijk laterale of achterwaartse passen kan geven. Het duel met de balbezitter wordt vrij agressief aangegaan. Er wordt slechts getackeld bij 100% zekerheid het duel te winnen om te beletten dat er minderheidssituaties ontstaan. De speler het dichtst bij de duellerende medespeler komt zo snel mogelijk in dekking zodat hij zijn medespeler kan helpen als die uitgeschakeld wordt. De andere spelers binnen dezelfde linie staan minstens op dezelfde hoogte of eventueel hoger als rechtstreekse tegenstander dit toelaat. Er wordt in de eerste plaats in functie van de bal verdedigd, maar hoe dichter bij eigen doel, hoe strikter de dekking op de dichtstbijzijnde tegenstander. Alle spelers houden rekening met hun rechtstreekse tegenstander die ze echter niet volgen (d.w.z. de eigen zone verdedigen zonder kruisbewegingen uit te voeren met medespelers in een andere zone.

Fase 2: collectieve balrecuperatie door het toepassen van de principes van pressing. Er wordt collectief pressing gespeeld op de balbezitter als hij de bal zich in het blok of tussen het blok en de zijlijn bevindt. Het defensief blok prest richting balbezitter met als doel dat de balbezitter geen speelmogelijkheden meer heeft. Bij het pressen richt men zich vooral op het onderscheppen van de pass van de tegenstander. Vandaar dat de flankspeler de tegenstander aan de bal dwingt om de aanval binnen het blok verder te zetten op voorwaarde dat er geen rechtstreeks doelgevaar is. In plaats van de aanval trachten af te breken door de bal buiten te tackelen, dwingt men de tegenstrever in een situatie waar de balrecuperatie in het spel kan gebeuren en onmiddellijk een tegenaanval kan opgezet worden. Coaching van de keeper en de centrale spelers primeert: wie valt balbezitter aan, wie geeft dekking, wie neemt over.

Er wordt niet echt op buitenspel gespeeld door een stap vooruit te zetten. Als de tegenpartij blind de diepte inloopt zullen er wel veel buitenspelsituaties ontstaan. Maar door te pressen maakt het blok een beweging naar de bal en kunnen de meest naar voren geschoven tegenspelers hierdoor in buitenspel komen te staan.

Basistaken per positie bij balbezit

Positie 1 doelman

Terugspeelbal vragen om spel te verleggen. Aanval zonder risico inzetten d.m.v. pass, uittrap, doeltrap of uitworp. Coaching van de achterste linie m.b.t. de opbouw.

Positie 2 en 5 flankverdedigers

Speelveld zo breed mogelijk maken door zich tegen de lijn vrij te lopen. Op het juiste moment inschuiven langs de flank en als taak kan overgenomen worden door een controlerende middenvelder. Indien mogelijk iemand van het middenveld (kort) of aanval (lang) aanspelen.

Positie 3 en 4 centrale verdedigers

Goed in steun komen van keeper en flankverdedigers, ideale passafstand innemen. Snel en juist de bal aannemen. Eerst trachten vooruit te spelen, dan lateraal en dan achteruit. Verleggen van het spel wanneer een flank vastzit. Op het juiste spelmoment door het centrum inschuiven, als de dekking verzekerd is.

Positie 6 en 8 verdedigende middenvelders

Zich aanspeelbaar opstellen in zijn zone voor verdediger juist ingedraaid staan bij balontvangst. Aanvallende middenvelder, flankaanvaller en centrumspits op ieder moment steunen. Op geschikt moment diep gaan langs de flank. Foutieve laterale passing vermijden. Eerst trachten vooruit te spelen, dan lateraal en dan achteruit. Zo snel mogelijk diepe flankaanvaller, aanvallende middenvelder en diepe spits aanspelen. Taakovername bij inschuivende flank- of centrale verdediger.

Positie 10 aanvallende middenvelder

Steeds aanspeelbaar opgesteld staan voor alle spelers, vrijlopen naar de bal toe. Bal bijhouden tot de linies aangesloten zijn. Spel verleggen indien flank vastzit. Aannemen van de bal in functie van doel, dus draaien indien mogelijk, anders terugkaatsen. Aanvallers steunen en eventueel via 1-2 ze voor doel of op de flank vrijspelen. Goede positie ter hoogte van de 16m bij voorzet. Individuele actie doorheen het centrum. Klaar zijn voor de tweede bal.

Positie 7 en 11 flankaanvallers

Zo diep mogelijk spelen, proberen vrij te lopen in de hoek om voorzet te trappen. Zo breed mogelijk opgesteld staan waardoor centrumspits centraal ruimte krijgt. Via individuele actie langs buiten voorzet trappen of langs binnen naar doel trappen. Bij voorzet van de andere kant naar 2de paal komen. Naar binnen komen om ruimte te maken voor flankverdediger of controlerende middenvelder.

Positie 9 centrumspits – targetman

Aanspeelbaarheid voor dieptepassing als targetman verzekeren door voortdurend te bewegen van links naar rechts zonder echter ver uit te wijken naar zijkant toe. De bal goed afschermen en terug leggen op middenvelder of diep spelen in de hoek voor flankaanvaller. Bij voorzet op het juiste moment 1ste paal toe bewegen. Fouten uitlokken rond en in 16m gebied.

 

Coördinatiefase

Op jonge leeftijd ontwikkelen de hersenen zich zeer snel. Daarom moet meer aandacht gaan naar het trainen van deze hersenen. Coördinatie is van fundamenteel belang. Eerst moet het lichaam juist en aangepast leren bewegen om vervolgens het lichaam sterker te kunnen maken (ontwikkeling van de spieren). Een grote massa spieren zonder technische coördinatie ( juiste sturing van het neuro – musculair systeem) zal nooit tot betere resultaten leiden. De gouden leeftijd is de gevoelige periode om de hersenen te scholen, om onze techniek te verbeteren.

In de coördinatiefase opteren we extra voor:

Bal- en lichaamsbeheersing als basis voor een betere spelbeheersing;

Initiëren van de basics of functionele technieken;

Progressieve opbouw van wedstrijdvormen;

Het duel 1 tegen 1 blijft een belangrijk onderdeel van de trainingsinhoud.

Basics B+:

Lange passing, controle op hoge bal, doelpoging vanaf 20m, doelpoging op hoge voorzet, vrijlopen om een medespeler aanspeelbaar te maken, vrijlopen door diep in de vrije ruimte te lopen ( looplijnen), directe vrije trap.

Basics B-:

Speelhoeken afsluiten, korte dekking op lange passing, interceptie of afweren bij lange passing, onderlinge dekking, directe vrije trap.

 

Taken bij balbezit volledige ploeg

Het positiespel is cruciaal, de speelruimte wordt zo breed mogelijk en zo diep mogelijk gehouden richting doel en men streeft ideale pasafstand binnen het driehoekspel na. Men houdt goed zijn eigen zone en stelt zich nooit op één lijn met spelers van dezelfde linie en zone op, men streeft naar ideale veldbezetting om het driehoekspel mogelijk te maken. Er wordt afwisselend kort en lang gespeeld waarbij snel diepte wordt gezocht en het breedtespel slechts in functie van het dieptespel is. Bij een inschuivende medespeler denkt men ook in functie van mogelijk balverlies en wordt zijn taak door een naburige speler overgenomen door rugdekking te geven (geen positiewissel). Wanneer de mogelijkheid zich voordoet, tracht men aan te vallen doorheen het centrum, door een goede dieptepassing worden meerdere tegenstrevers uitgeschakeld en kan men een medespeler alleen voor doel of in schietpositie afzonderen. Als het centrum echter vastzit, wordt er aangevallen langs de flank met zorg voor een strakke voorzet naar spelers voor het doel. Men streeft naar een efficiënte bezetting van de waarheidszone, de centrumspits duikt op het gepaste moment in naar de 1ste paal, de andere spits kiest positie 2de paal en de aanvallende middenvelder stelt zich op ter hoogte van de16m lijn. Bij een werkelijke doelkans aarzelt men niet om naar doel te trappen en/of koppen. Meerderheidssituaties worden gecreëerd door in te schuiven naar de volgende linie, door individuele acties en 1-2 bewegingen. Meerderheidssituaties worden uitgebuit om kansen te creëren en doelpunten te maken door een goede bezetting voor doel en snelle en juiste keuze bij werkelijke doelkans. Bij het combinatiespel wordt perfectie nagestreefd, op de goede voet aanspelen, met de juiste balsnelheid, op het juiste moment en niet onnodig lopen met de bal aan de voet. De verdedigers en middenvelders vermijden foutieve laterale passing. De coaching van de centrale spelers primeert.

 

Spelersprofielen in functie van 1-4-3-3

Positie 1 doelman

Zuivere trap- en passtechniek in beide voeten, opbouwend vermogen (handen, voeten), technisch begaafd, perfecte coördinatie, uit zijn doel spelen met zin voor anticipatie en interceptie, présence en uitstraling in zijn doelgebied, constante verbale coaching, groot concentratievermogen, even sterke duiktechnieken zowel links als rechts, groot reactievermogen, morfologie (lengte – gewicht-souplesse) aangepast aan de moderne voetbalnormen.

Positie 2 en 5 flankverdedigers

Perfecte inspeelpass en goede voorzet, gerichte balcontrole (correct ingedraaid), rechtstreekse tegenstrever voetballend kunnen uitschakelen, constante aanspeelbaarheid ( breed openen), instappen en anticiperen, kopspel, zin voor positiespel, explosief – snel en wendbaar, loopvermogen, infiltratiemogelijkheden, verdedigende duelkracht, weinig of niet tackelen, flankvoorzet verhinderen.

Positie 3 en 4 centrale verdedigers

Perfecte inspeelpass en goede lange en halflange passing, beheerst uitvoetballen, voetballend infiltratievermogen, opbouwend vermogen, constante aanspeel- en beschikbaarheid, vista en zin voor positiespel, uitstekend kopspel, maximaal tweevoetig, onverzettelijke verdedigende duelkracht, atletisch, snel en wendbaar, weinig of niet tackelen.

Positie 6 en 8 controlerende middenvelders

Opbouwend voetballend vermogen, perfecte balcontrole, balbeheersing en snelle voortzetting, perfecte inspeelpass, goede voorzet (achterlangs), kruispass en shot (tweede lijn), infiltratievermogen met en zonder bal, maximaal tweevoetig, goede balans tussen aanvallende steun en verdedigende taak, goed kopspel, verdedigende duelkracht (1-1 situaties), gezonde agressiviteit in duel, loopt niet onnodig met de bal aan de voet, loopvermogen, atletisch, snel en wendbaar.

Positie 7 en 11 flankaanvallers

Dribbelvaardig en initiatiefrijk, perfecte voorzet, scorend vermogen, goed shot met beide voeten, kopbal sterk, aanspeelbaarheid ( afhaken, dieptegang), omgaan met buitenspel, flankverdedigers opvangen en inspeel- of dieptepassing vermijden, positioneel verdedigen, explosief, snel en wendbaar.

Positie 9 en 10 centrale aanvallende middenvelder en diepe spits

Diepgang en infiltratievermogen, hoog technisch en scorend vermogen, balvastheid afwisselen met kaatsen, tweevoetig, sterk shot, dribbelvaardig, uitstekend kopspel, omgaan met buitenspel, positioneel verdedigen, atletisch, snel en wendbaar.

 

Leerinhouden en coördinatiefase

 

  1. Fysieke coördinatie lichaamsbeheersing
    Algemene en specifieke bewegingsvaardigheden speels en gericht aanleren. Agility – Balance – Coördination – Speed.
    Anticipatievermogen en wendbaarheid, inhibitievermogen, ritmiciteit, evenwicht en stabiliteit. Het beter leren bewegen met het oog op de functionele technieken.
  2. Kwaliteit van voetbal specifieke bewegingen initiëren
    Loop- en sprong bewegingen, frequentietraining, technisch versnellen, coördinatieloop, versnellingsloop, afremmen, snel voetenwerk zonder bal, ritmische opwarming en duel en evenwichtsspelen.
  3. Technische coördinatie balbeheersing
    Algemene en specifieke balvaardigheden speels, gericht (initiatie) en functioneel oefenen. Oog-hand-voet coördinatie. Basisbewegingen met bal uit stilstand, vanuit beweging.
    Specifieke bewegingen: kappen en draaien, schijnbewegingen, jongleren perfectioneren, tennisvoetbal, SoccerPall, snel voetenwerk met en zonder bal i.f.v. lichtvoetigheid en soepelheid.
  4. Explosiviteit snelheid
    Startsnelheid, reactiesnelheid ontwikkelen. Kwaliteit technisch versnellen, speelse looptechnieken en coördinatielopen, wendbaarheid, ritme- en richtingsverandering. Actie na actie i.f.v. schijn- en passeerbewegingen. Reactiespelen, tik en loopspelen, estafettespelen, aandachtspelen.
  5. Explosiviteit kracht
    Ontwikkeling van het bovenlichaam, duelvormen, evenwicht en stabiliteit. Krachtspelen met eigen lichaamsgewicht. Inworp coördinatie. Trek en duwspelen, werpspelen.
  6. Herstellen – uithouding
    Lang kunnen spelen door veel te spelen en te sporten. Geen doelgerichte scholing. 20 seconden regel. Recreatieve FOOT-FUN spelen.
  7. Blessurepreventie testing-monitoring
    Bekkencontrole, proprioceptie, lenigheid en rompstabilisatie.
    Testing-monitoring: snelheidstest 5m/10m, wendbaarheidstest, dribbeltest, evenwichtstest, frequentietest 15 seconden, sprongtest.
  8. Huiswerk
    Algemene en specifieke balvaardigheid, blessurepreventieoefeningen, kappen en draaien, schijn- en passeerbewegingen, jongleren, SoccerPall, lenigheid, push-up basisvormen.

 

Trainingsmethodiek 90 minuten

Warming-up:
Explosiviteit – coördinatie: fysiek – lichaamsbeweging, techniek – balbeheersing, kracht 1x per week

Tussenvorm 1:
Techniek – balvaardigheid, passing, dribbel, looptechniek

Wedstrijdvorm 1:

Balbezit, 2 tegen 2 of 3 tegen 3

Tussenvorm 2:

Techniek, passing, voorzet, afwerking
Tactisch positie spel. Analytisch functioneel en positioneel

Wedstrijdvorm 2:

K+8 tegen K+8 zoals in een echte wedstrijd

Positiebeheersing

Cooling-down

Proprioperceptie – stabilisatie – lenigheid – bekkencontrole

Huiswerk

 

Lifestyle vaardigheden ontwikkelen in de coördinatiefase

Trainingsplezier ontwikkelen.

Doelgericht leren omgaan met lifestyle doelstellingen gericht op zelfstandigheid in de kleedkamer, voeding, rust, afspraken naleven en individuele discipline.

Introductie van en begrip van gedragsregels. Betrokkenheid van de ouders. Stimuleren, individuele vaardigheden initiëren.

Fair Play.

 

Speelgelegenheid

Als streefdoel stellen we dat iedere op de wedstrijd uitgenodigde speler de helft van de wedstrijd zal spelen. Tenzij inbreuken tegen de clubnormen. Wie zijn identiteitskaart vergeten is, kan niet spelen.

 

De tien geboden van de jeugdtrainer.

  1. Elke speler is even belangrijk. Dus geven we de uitleg en de demo steeds voor alle spelers samen. De trainer zorgt er ook voor dat hij iedere speler ziet en dat iedere speler hem kan volgen.
  2. Geef de uitleg en de demo tegelijkertijd. Houd dit zo kort mogelijk. Praatje plaatje daadje.
  3. Laat spelers zelf tijdens de demo de sterke en zwakke punten van de uitvoering vaststellen.
  4. Zorg voor uitdagende vormen.
  5. Spreek de taal van de speler, gebruik dus beeldspraak bij de jongsten.
  6. Moedig de speler altijd aan. Een positieve coaching zorgt voor succeservaringen.
  7. Durf te coachen zodat ze voelen dat je hen wil helpen. Zorg dat de ouders niet coachen, haal desnoods de speler van het veld.
  8. Geef tijdens de wedstrijd geen richtlijnen aan de speler met de bal voordat hij zijn actie heeft verricht. Laat hem zelf de oplossing vinden.
  9. Hou de score goed bij en waak ook over de reglementen.
  10. Teamoverleg dient gezien te worden als een deel van de taak.      Tijdens dit overleg worden de doelen voorafgaand aan de wedstrijd geëvalueerd. Dit gebeurt op de eerste training volgend op de wedstrijd. Laat hen actief deelnemen en vermijd dat het een luistergesprek wordt.

 

De bedoeling moet zijn dat de spelers tijdens het seizoen een vooruitgang maken in het vooruitzicht van het volgende seizoen.

Resultaat wordt al een beetje belangrijk, maar de vooruitgang is eerste prioriteit. Speelgelegenheid moet evenredig verdeeld worden. Discipline wordt meer geëvalueerd. Er wordt geen tolerantie aanvaard betreffende discipline.