Opleidingsplan U12 & U13


Teamtactics bal+

Ruimte creëren voor zichzelf en het benutten ervan. Geen dom balverlies waardoor de tegenpartij een doelkans krijgt. Een lijn overslaan bij passing “diep”. Infiltratie op het juiste moment (bij ruimte). Infiltratie met bal. Geen kans op direct en gevaarlijk balverlies. De bal zo snel mogelijk en nauwkeurig doorspelen. Een zo hoog mogelijk balsnelheid ontwikkelen. Subtiele passing in de diepte. Diep blijven spelen.

Teamtactics bal-

Negatieve pressing op de baldrager. Dekking door dichtste medespeler. Mee schuiven van de doelman. Bal recupereren door interceptie. De speelruimte verkleinen. Geen kruising met naburige speler. Schuiven en kantelen in blok. Voorzet beletten. Centrum afsluiten.

Basistaken bij 8 tegen 8.

Positie 1 (keeper):

Bij balbezit positie kiezen ten opzichte van de verdedigers. Voortzetting door middel van rollen, werpen, passen of trappen. Fungeren als centrale opbouwer (vliegende keeper). Bij balverlies doelpunten voorkomen. Positie kiezen ten opzichte van de bal, tegenstrever en medespelers

Posities 2 en 5 (vleugelverdedigers):

Bij balbezit positie kiezen, uit elkaar, veld groot maken. Aanspelen van de middenvelder en aanvallers. Wanneer er ruimte is, zelf met de bal naar voren dribbelen/drijven. Meedoen met de aanval. Bij balverlies niet laten uitspelen, voorkomen van doelpunten. Dekken van de aanvallers van de tegenpartij. Teammaatjes helpen. Bal afpakken.

Positie 3 ( centrale verdediger):

Bij balbezit positie kiezen tussen middenvelder en vleugelverdediger. Aanspelen van de aanvallers of verdedigers die meedoen in de aanval. Wanneer er ruimte is zelf met de bal naar voren dribbelen/drijven. Meedoen met de aanval. Doelpogingen indien de gelegenheid zich voordoet. Bij balverlies niet laten uitspelen, voorkomen van doelpunten, dekken centrum aanvaller. Teammaatjes helpen. Veld klein maken en bal proberen af te pakken.

Positie 6 ( centrale middenvelder):

Bij balbezit positie kiezen, aanspeelbaar zijn tegenover de balbezitter. Spel verleggen en zorgen voor snelle omschakeling naar voor toe. Aanspelen van de aanvallers of verdedigers die meedoen in de aanval. Wanneer er ruimte is, zelf met de bal naar voren dribbelen/drijven. Meedoen in de aanval. Doelpogingen indien de gelegenheid zich voordoet. Bij balverlies de tegenpartij u niet laten uitspelen. Rugdekking aanvallers. Coaching van medespelers. Veld klein maken en bal proberen af te pakken.

Posities 11 en 7 (vleugelaanvallers):

Bij balbezit positie kiezen ten opzichte van de verdedigers, veld lang maken. Met de bal zo snel mogelijk richting doel, individuele acties of samenspel. Zelf voor het doel positie kiezen, aanspeelbaar om te scoren. Doelpogingen creëren. Bij balverlies niet laten uitspelen. Storen van de opbouw van de tegenstander. Bal afpakken, teammaatjes helpen. Veld kleiner maken.

Positie 9 ( centrale aanvaller):

Bij balbezit zo diep mogelijk de positie kiezen, doelpogingen creëren. Doelgericht zijn. Bij balverlies niet laten uitspelen. Dekken van de centrale verdediger van de tegenstander. Storen bij de opbouw van de tegenstander. Bal afpakken en het veld klein maken.

 

Coördinatiefase

Op jonge leeftijd ontwikkelen de hersenen zich zeer snel. Daarom moet meer aandacht besteedt worden naar het trainen van deze hersenen. Coördinatie is van fundamenteel belang. Eerst moet het lichaam juist en aangepast leren bewegen om vervolgens het lichaam sterker te kunnen maken ( ontwikkeling van de spieren). Een grote massa spieren zonder technische coördinatie ( juiste sturing van het neuromusculair systeem) zal nooit tot betere resultaten leiden. De gouden leeftijd is de gevoelige periode om de hersenen te scholen, om onze techniek te verbeteren.

Wie zijn ze?

In de coördinatiefase spreken we van kinderen van 9 tot 13 jaar of tot net voor de groeisprint (PHV) Peak Heights Velocity. Sommige kinderen zijn vroeg matuur en hebben de groeisprint al op 12 jaar. Gemiddeld valt de PHV op 13,8 jaar bij de jongens. Leren en doelgerichte scholing van lichaamsbeheersing en balbeheersing als een fundamentele basics voor een simultane ontwikkeling van de Basics en Teamtactics.

Coördinatiescholing als basis voor het duel tegen staat centraal.

De coördinatiefase eindigt enkel maanden (6-12 maanden) voor de leeftijd van de groeispurt. Als ideale wedstrijdvorm in de coördinatiefase opteren we voor de 8 tegen 8 in dubbele ruitformatie. M.a.w. zonder buitenspel, beperkt tactisch, veel balcontacten en veel afwisselende spelsituaties. Op training kiezen we vaak voor kleinere partijvormen en wedstrijdvormen meerderheid tegen minderheid.

In deze fase leren kinderen hoe er getraind kan worden. Kinderen op die leeftijd komen naar de training om “iets te leren”. Zij willen onze topspelers nabootsen. Dezelfde trucjes kennen, daarbij zijn ze ook bereid om thuis te oefenen. Geef dus regelmatig huiswerk mee (techniek trainen thuis). In de coördinatiefase maken de spelers kennis met begrippen opwarming en cooling down. We geven ze eenvoudige informatie mee over voeding en hygiëne.

Het is een GOUDEN LEEFTIJD om de eerste voetbal specifieke vaardigheden te initiëren. Het coördinatie leervermogen is in die fase zeer groot. De hersenen zijn nog in volle ontwikkeling.

Het spelplezier en trainingsplezier bepalen de trainingsinhoud. Veel wedstrijdvormen integreren om de verworven voetbal specifieke technieken te kunnen toepassen.

In de coördinatiefase opteren we extra voor:

-Bal- en lichaamsbeheersing als basis voor een beter spelbeheersing

-Initiëren van de basics of functionele technieken

-Progressieve opbouw van wedstrijdvormen van 4 tegen 4 naar 8 tegen 8 in dubbele ruitformatie. Het duel 1 tegen 1 blijft een belangrijk onderdeel van de trainingsinhoud.

 

Basics B+:

-lange passing

-controle op hoge ballen

-doelpoging vanaf 20 meter

-doelpogingen op hoge voorzet

-vrijlopen om zelf aanspeelbaar te zijn

-steunen van medespeler

-vrijlopen om een medespeler aanspeelbaar te maken

-vrijlopen door diep in de vrije ruimte te lopen

-corner + directe vrijetrap

Basics B-

-speelhoeken afsluiten

-korte dekking op lange passing

-interceptie of afweren lange pass

-onderlinge dekking

-corner + directe vrijetrap

 

Taken bij balverlies volledige ploeg

 

Fase 1: aanpassen aan het offensief van de tegenstander: zo snel mogelijk de juiste verdedigende organisatie innemen en zo snel mogelijk de speelruimte voor de tegenstander verkleinen. Op het ogenblik dat de tegenpartij in het bezit komt van de bal, probeert de ganse ploeg de speelruimte voor de tegenpartij te verkleinen. De linies komen zo snel mogelijk naar elkaar toe richting van de bal. De onderlinge afstand binnen de zelfde linie worden zo kort mogelijk gemaakt. Een goede onderlinge afstand is 10 à 12 m. De onderlinge afstand verkleint naarmate men dichter bij de speler aan de bal komt. Afsluiten van de hoeken. De speler het dichtst bij de bal valt de balbezitter aan. De directe weg naar het doel wordt afgesloten zodat de balbezitter slechts ongevaarlijk laterale of achterwaartse passen kan geven. Het duel met de balbezitter wordt vrij agressief aangegaan. Er wordt slechts getackeld bij 100% zekerheid het duel te winnen om te beletten dat er minderheidssituaties ontstaan. De speler het dichtst bij de duellerende medespeler komt zo snel mogelijk in dekking zodat hij zijn medespeler kan helpen als die uitgeschakeld wordt. De andere spelers binnen dezelfde linie staan minstens op dezelfde hoogte of eventueel hoger als rechtstreekse tegenstander dit toelaat. Er wordt in de eerste plaats in functie van de bal verdedigd, maar hoe dichter bij eigen doel, hoe strikter de dekking op de dichtstbijzijnde tegenstander. Alle spelers houden rekening met hun rechtstreekse tegenstander die ze echter niet volgen (d.w.z. de eigen zone verdedigen zonder kruisbewegingen uit te voeren met medespelers in een andere zone.

Fase 2: collectieve balrecuperatie door het toepassen van de principes van pressing. Er wordt collectief pressing gespeeld op de balbezitter als hij de bal zich in het blok of tussen het blok en de zijlijn bevindt. Het defensief blok prest richting balbezitter met als doel dat de balbezitter geen speelmogelijkheden meer heeft. Bij het pressen richt men zich vooral op het onderscheppen van de pass van de tegenstander. Vandaar dat de flankspeler de tegenstander aan de bal dwingt om de aanval binnen het blok verder te zetten op voorwaarde dat er geen rechtstreeks doelgevaar is. In plaats van de aanval trachten af te breken door de bal buiten te tackelen, dwingt men de tegenstrever in een situatie waar de balrecuperatie in het spel kan gebeuren en onmiddellijk een tegenaanval kan opgezet worden. Coaching van de keeper en de centrale spelers primeert: wie valt balbezitter aan, wie geeft dekking, wie neemt over.

 

Basistaken per positie bij balbezit

Doelman 1: terugspeelbal vragen om het spel te verleggen, aanval zonder risico inzetten m.a.w. pass, uittrap, doeltrap of uitworp. Coaching van de achterste linie m.b.t. de opbouw.

Flankverdedigers 2-5: speelveld zo breed mogelijk maken door zich tegen de zijlijn vrij te lopen, op het juiste moment inschuiven langs de flank en als taak kan overgenomen worden door een medespeler, een speler in het middenveld of in de aanval aanspelen.

Centrale verdediger 3: goed in steun komen van de keeper en flankspelers, snel en juist de bal aannemen, eerst vooruit spelen, dan lateraal en dan achteruit. Coaching van het ganse elftal.

Centrale middenvelder 6: steeds aanspeelbaar zijn, bal bijhouden tot de linies aangesloten zijn, spel van flank verleggen, aanvallers steunen en eventueel een 1-2 beweging voor doel toepassen. Individuele actie door het centrum.

Flankaanvallers 7-11: zo diep mogelijk spelen, proberen vrij te komen in de hoek om voorzet te trappen, zo breed mogelijk opgesteld staan waardoor centrumspits centraal ruimte krijgt, via individuele actie langs buiten voorzet trappen of langs binnen naar doel trappen, bij voorzet van de andere kant naar de 2de paal komen, naar binnen komen om ruimte te maken voor de flankverdediger of controlerende middenvelder.

Centrumspits 9: aanspeelbaarheid voor dieptepass als targetman verzekeren door voortdurend te bewegen van links naar rechts zonder echter ver uit te wijken naar zijkant toe, bal goed afschermen en terugleggen op middenvelder of diep spelen in de hoek voor flankaanvaller, bij voorzet op juist moment naar 1ste paal komen, fouten uitlokken rond en in het doelgebied.

 

Basistaken volledige ploeg bij balbezit

Het positiespel is cruciaal: de speelruimte wordt zo breed mogelijk en zo diep mogelijk gehouden richting doel en men streeft ideale passafstanden binnen het driehoek na.

Men houdt goed zijn eigen zone en stelt zich nooit op één lijn met spelers van dezelfde linie en zone op, men streeft naar een ideale veldbezetting om het driehoekspel mogelijk te maken.

Er wordt afwisselend kort en lang gespeeld (gevarieerd combinatiespel) waarbij snel diepte wordt gezocht en het breedtespel slechts in functie van het dieptespel is.

Bij een inschuivende medespeler denkt men ook in functie van mogelijk balverlies en wordt zijn taak door een naburige speler overgenomen door rugdekking te geven (geen positiewissel).

Wanneer de mogelijkheid zich voordoet tracht men aan te vallen doorheen centrum, door een goede diepte pass worden meerdere tegenstrevers uitgeschakeld en kan men een medespeler allen voor doel of in schietpositie afzonderen.

Als het centrum echter vastzit, wordt er aangevallen langs de flank met zorg voor een strakke voorzet naar spelers voor doel.

Men streeft naar een efficiënte bezetting van de waarheidszone, de centrumspits duikt op het gepaste moment in naar de eerste paal, de andere kiest de positie aan de tweede paal en de aanvallende middenvelder stelt zich op om afvallende bal te recupereren en een shot op doel uit te voeren. Bij een werkelijke doelkans aarzelt men niet om naar doel te trappen/koppen.

Meerderheidssituaties worden gecreëerd door in te schuiven naar de volgende linie en dit door individuele acties en 1-2 bewegingen.

Meerderheidssituaties worden uitgebuit om kansen te creëren en doelpunten te maken door een goede bezetting voor doel en snelle juiste keuze bij werkelijke doelkans.

Bij het combinatiespel wordt perfect nagestreefd op de goede voet aanspelen, met de juiste balsnelheid, op het juiste moment en niet onnodig lopen met de bal.

De verdedigers en middenvelders vermijden foutieve laterale p      assen.

De coaching van de centrale spelers primeert.

 

Leerinhouden coördinatiefase

 

  1. Fysieke coördinatie lichaamsbeheersing
    Algemene en specifieke bewegingsvaardigheden speels en gericht aanleren. Agility – Balance – Coördination – Speed.
    Anticipatievermogen en wendbaarheid, inhibitievermogen, ritmiciteit, evenwicht en stabiliteit. Het beter leren bewegen met het oog op de functionele technieken.
  2. Kwaliteit van voetbal specifieke bewegingen initiëren
    Loop- en sprong bewegingen, frequentietraining, technisch versnellen, coördinatieloop, versnellingsloop, afremmen, snel voetenwerk zonder bal, ritmische opwarming en duel en evenwichtsspelen.
  3. Technische coördinatie balbeheersing
    Algemene en specifieke balvaardigheden speels, gericht (initiatie) en functioneel oefenen. Oog-hand-voet coördinatie. Basisbewegingen met bal uit stilstand, vanuit beweging.
    Specifieke bewegingen: kappen en draaien, schijnbewegingen, jongleren perfectioneren, tennisvoetbal, SoccerPall, snel voetenwerk met en zonder bal i.f.v. lichtvoetigheid en soepelheid.
  4. Explosiviteit snelheid
    Startsnelheid, reactiesnelheid ontwikkelen. Kwaliteit technisch versnellen, speelse looptechnieken en coördinatielopen, wendbaarheid, ritme- en richtingsverandering. Actie na actie i.f.v. schijn- en passeerbewegingen. Reactiespelen, tik en loopspelen, estafettespelen, aandachtspelen.
  5. Explosiviteit kracht
    Ontwikkeling van het bovenlichaam, duelvormen, evenwicht en stabiliteit. Krachtspelen met eigen lichaamsgewicht. Inworp coördinatie. Trek en duwspelen, werpspelen.
  6. Herstellen – uithouding
    Lang kunnen spelen door veel te spelen en te sporten. Geen doelgerichte scholing. 20 seconden regel. Recreatieve FOOT-FUN spelen.
  7. Blessurepreventie testing-monitoring
    Bekkencontrole, proprioceptie, lenigheid en rompstabilisatie.
    Testing-monitoring: snelheidstest 5m/10m, wendbaarheidstest, dribbeltest, evenwichtstest, frequentietest 15 seconden, sprongtest.
  8. Huiswerk
    Algemene en specifieke balvaardigheid, blessurepreventieoefeningen, kappen en draaien, schijn- en passeerbewegingen, jongleren, SoccerPall, lenigheid, push-up basisvormen.

Trainingsmethodiek 90 minuten

Warming-up:
Explosiviteit – coördinatie: fysiek – lichaamsbeweging, techniek – balbeheersing, kracht 1x per week

Tussenvorm 1:
Techniek – balvaardigheid, passing, dribbel, looptechniek

Wedstrijdvorm 1:

Balbezit, 2 tegen 2 of 3 tegen 3

Tussenvorm 2:

Techniek, passing, voorzet, afwerking
Tactisch positie spel

Wedstrijdvorm 2:

K+7 tegen K+7 zoals in een echte wedstrijd

Positiebeheersing

Cooling-down

Proprioperceptie – stabilisatie – lenigheid – bekkencontrole

Huiswerk

Lifestyle vaardigheden ontwikkelen in de coördinatiefase

Trainingsplezier ontwikkelen.

Doelgericht leren omgaan met lifestyle doelstellingen gericht op zelfstandigheid in de kleedkamer, voeding, rust, afspraken naleven en individuele discipline.

Introductie van en begrip van gedragsregels.

Fair Play.

 

Spelersprofielen in functie van 8 tegen 8

Positie 1 doelman.

Zuivere trap- en passtechniek in beide voeten, opbouwend vermogen (handen, voeten), technisch begaafd, perfecte coördinatie, uit zijn doel spelen met zin voor anticipatie en interceptie, présence en uitstraling in zijn doelgebied, constante verbale coaching, groot concentratievermogen, even sterk duiktechniek zowel links als rechts, groot reactievermogen en morfologie ( lengte-gewicht-souplesse) aangepast aan de moderne voetbalnormen.

Positie 2 en 5 flankverdedigers

Perfecte inspeelpass en goede voorzet, gerichte balcontrole (correct ingedraaid), rechtstreekse tegenstrever voetballend kunnen uitschakelen, constante aanspeelbaarheid (breed open), instappen en anticiperen, kopspel, zin voor positiespel, explosief, snel en wendbaar, loopvermogen, infiltratiemogelijkheden, verdedigende duelkracht, weinig of niet tackelen, flankvoorzet verhinderen.

Positie 3 centrale verdediger

Perfecte inspeelpass en goede lange en halflange passing, beheerst uitvoetballen, voetballend infiltratievermogen, opbouwend vermogen, constante aanspeelbaarheid, beschikbaarheid, vista en zin voor positiespel, kopspel, maximaal tweevoetig, verdedigende duelkracht, beheerst onderscheid tussen instappen en remmend wijken, atletisch, snel en wendbaar, weinig of niet tackelen.

Positie 6 controlerende middenvelder

Voetballend vermogen, perfecte balcontrole, balbeheersing en snelle voortzetting, perfecte inspeelpass, goede voorzet, kruispass en schot (tweede lijn), infiltratievermogen met en zonder bal, maximaal tweevoetig, goede balans tussen aanvallende steun en verdedigende taak, goed kopspel, verdedigende duelkracht, gezonde agressie in duel, loopt niet onnodig met de bal, loopvermogen, atletisch, snel en wendbaar.

Positie 7 en 11 flankaanvallers

Dribbelvaardig en initiatiefrijk, perfecte voorzet, scorend vermogen, goed schot in beide voeten, kopbalsterk op flankvoorzet, aanspeelbaarheid (afhaken, diepgang), flankverdedigers opvangen en inspeel- of dieptepass vermijden, positioneel verdedigen, explosief, snel en wendbaar.

Positie 9 diepe spits

Diepgang en infiltratievermogen, hoog technisch en scorend vermogen, balvastheid afwisselen met kaatsen, tweevoetig, sterk schot, dribbelvaardig, uitstekend kopspel, positioneel verdedigen,

De bedoeling moet zijn dat de spelers tijdens het seizoen een vooruitgang maken in het vooruitzicht van het volgende seizoen.

Resultaat is niet belangrijk, maar de vooruitgang wel.