Opleiding jeugdkeepers


Het opleidingsplan voor jeugdkeepers is een lange termijnplanning en een richtlijn

waarbinnen de jeugdkeeperstrainers kunnen werken om tot een uniforme opleiding te komen.

Het opleidingsplan beschrijft de te beheersen vaardigheden per leeftijdscategorie.

Deze vaardigheden moeten wel fysiek en mentaal haalbaar zijn voor de keepers.

Iedere leeftijdsgroep kent zijn eigen specifieke kenmerken.

Deze zijn in dit plan uitvoerig beschreven.

Bij keepers zijn deze kenmerken niet anders.

 

 

Wat wordt er van een (goede) doelman verwacht in het hedendaagse voetbal?

In de eerste instantie is de taak van de doelman om de kans op doelpunten van de tegenpartij zo klein mogelijk te houden. Dit door enerzijds reddingen op de doellijn of door zo snel mogelijk in het bezit te komen van de bal met voet bij voorkeur met de handen, dit kan zowel binnen de 16 meter als daarbuiten, hier zal het wel met de voet moeten gebeuren.

 

Verder is het ook belangrijk dat een doelman op tactisch vlak (speloverzicht) capaciteiten heeft ook een voorname rol heeft in de coaching van het elftal en zeer zeker zijn verdediging.

 

Bij KVTD Tervuren vragen wij aan onze doelmannen van U6 tot en met U10 van uit te rollen, gooien of we leggen hem op de grond om zo de bal in het spel te brengen.

Vanaf U10 kunnen we beginnen werken aan het gericht uittrappen.

 

Bij de start van de trainingen moet er worden afgesproken dat de opleidingen bij de doelmannen gericht zijn op een

progressieve of aanvallende doelman. Bij KVTD hebben we voor een aanvallende doelman gekozen.

Dit is een doelman die geen schrik heeft om hoog te spelen en veel in het spel te betrekken. Zo kan hij tevens belangrijk worden in de opbouw van een aanval.

 

Wat is de beste leeftijd om met keepertraining te beginnen?

In het algemeen spreekt men van 10 jaar, maar onze ervaring leert ons dat de kinderen die vanaf 6 jaar bij ons komen een enorme stap vooruit hebben tegenover andere jongens.

Het is wel aangeraden van deze elementen regelmatig in het veld te gebruiken, dat komt hun bewegelijkheid ten goede. Dit heeft dan niets dan voordelen – iedereen kan ervaring opdoen als doelman/veldspeler.

 

Wanneer een doelman later genoeg krijgt van in doel te staan zal hij gemakkelijk mee kunnen als veldspeler.

De bedoeling naar volgend seizoen toe om minstens om de 2 maand de doelmannen als “laatste man” te laten spelen bij de tweede ploeg wanneer er de mogelijkheid voor handen is.

 

Welke factoren kunnen invloed hebben op de ontwikkeling van een doelman?

 

Meer dan een veldspeler, zijn er bij een doelman bepaalde eigenschappen die invloed hebben op de ontwikkeling van een doelman in het hedendaagse voetbal. Tijdens de trainingen moet er rekening mee gehouden worden en indien de mogelijkheid bestaat op ingespeeld worden.

 

Mentale factoren:

 

Tactiek-motivatie-faalangst-concentratie-zelfvertrouwen-anticipatie-instelling-moed-durf-lef-coaching.

 

Lichamelijke factoren:

 

Uithoudingsvermogen-kracht-snelheid met reactie en reflex-lenigheid.

 

Bijkomende factoren:

 

De bal -de schoenen-zeer belangrijk, de handschoenen en het onberekenbare, de weersomstandigheden

 

Jeugdkeepers 6-8 jaar

In deze cat. kunnen we spreken van een “soort” speelklas, bijna alles gebeurt met de bal.

We gaan aanleren van een bal op te rapen, hoe we de handen gaan plaatsen achter de bal om het meeste grip te krijgen op de bal. Stilaan gaan we de meeste facetten van het duiken aanleren, bij voorkeur gebeurt dit in een zandbak of op een plaats waar de inpakt van het vallen gering is. Verder gaan we technieken aanleren ter bescherming van zijn eigen lichaam.

We gaan de plaatsing in het doel aanleren en werken met de vooruitstekende voet om meer sprongkracht te ontwikkelen. Op het einde tegen de 8 jaar gaan we het uitvallen met de bal aanleren, uit ervaring kan dit een tijdje duren, eenmaal ze dit onder de knie hebben is dit voor de doelmannen de normaalste zaak van de wereld.

Jeugdkeepers 8-12 jaar

In deze leeftijdsgroep ligt de nadruk op het aanleren, verbeteren en herhalen van de basistechnieken van de speelklas.

Techniek

– Uitgangshouding

– Verplaatsing in en voor het doel d.m.v. voetenwerk (sprinten, draaien, keren)

– Oprapen

– Onderhands vangen

– Blokkeren met buik/borst

– Bovenhands vangen

– Vallen

– Duiken (U10/11-keepers)

– Uitwerpen

– Trappen/passen

Tactiek

Verdedigend:

– Opstellen en positiespel in het doel

– Opstellen en positiespel voor het doel met het oog op onderscheppen diepteballen

– Duel 1: 1

Opbouwend:

– Spelhervattingen

– Voortzetting na het in balbezit komen

– Verwerken van een terugspeelbal

Coachen en organiseren

Balbezit eigen team:

– Van het doel af opstellen

– Verdediging aansturen door korte en verstaanbare termen

– “TIJD” = speler heeft tijd

– “WEG” = speler moet de bal wegwerken

– “NIET TERUG” = speler mag niet terugspelen

– “VOORUIT” = speler moet bal vooruit spelen

Balbezit tegenstander:

– Verdediging aansturen

– “LOS” = bal voor de keeper

– “JIJ” = voor de medespeler

 

 Jeugdkeepers 12-13jaar

 

Hier gaan we de nadruk leggen van het onderhouden van de basistechnieken. Door

consequente training kan de basis gelegd worden om de technieken verder te ontwikkelen.

(techniek, gedrag, respect voor materiaal etc.).

 

Bij afsluiting van de training is het de ganse groep die opruimt en het materiaal op zijn plaats gaat zetten

 

Techniek -Basis

Verdedigend zonder bal: ·

– Uitgangshouding

– Verplaatsing in en voor het doel d.m.v. voetenwerk (sprinten, draaien, keren)

– Schijnbewegingen met het lichaam

– Springen ( afzet met één of twee benen), van stand of een aanloop van 1 of meer passen)

Verdedigend met bal:

– Oprapen

– Onderhands vangen

– Blokkeren met buik/borst

– Bovenhands vangen met weerstand van een tegenstander

– Vallen

– Duiken

– Tippen

– Uitwerpen

– Trappen/passen buiten de 16-meter

Opbouwend /aanvallend

– Trap uit de handen; volley en dropkick

– Werpen; rollen, slingerworp, strekworp

– Doeltrap

Coachen en organiseren

Balbezit eigen team:

– Van het doel af opstellen

– Verdediging aansturen door korte en verstaanbare termen

– “TIJD” = speler heeft tijd

– “WEG” = speler moet de bal wegwerken

– “NIET TERUG” = speler mag niet terugspelen

– “VOORUIT” = speler moet bal vooruit spelen

Balbezit tegenstander:

– Verdediging aansturen

– “LOS” = bal voor de keeper

– “JIJ” = voor de medespeler

 

Jeugdkeepers 14-16 jaar

In deze leeftijdsgroep ligt de nadruk op het veel bewegen met en zonder bal. Het veelal werken aan de techniektraining en het onderhouden van de basistechniek moet nu worden

gecombineerd met het conditionele aspect. Ook wordt nu de ploegentactiek en de taak van de keeper binnen het belang van de ploeg bespreekbaar.

Techniek

Verdedigend zonder bal: ·

– Uitgangshouding

– Verplaatsing in en voor het doel d.m.v. voetenwerk (sprinten, draaien, keren)

– Schijnbewegingen met het lichaam

– Springen ( afzet met één of twee benen), van stand of een aanloop van 1 of meer passen)

Verdedigend met bal:

– Oprapen

– Onderhands vangen

– Blokkeren met buik/borst

– Bovenhands vangen met weerstand van een tegenstander

– Vallen

– Duiken

– Tippen

– Uitwerpen

– Trappen/passen buiten de 16-meter

Opbouwend /aanvallend

– Trap uit de handen; volley en dropkick

– Werpen; rollen, slingerworp, strekworp

– Doeltrap

 

Verdedigende situaties

– Opstellen en positiespel in en voor het doel

– Opstellen en positiespel bij diepteballen en ballen van de zijkant

– Positiespel bij hoekschop, vrije trap en penalty

– Spelhervattingen

– Voortzetting na het in balbezit komen

– Verwerken terugspeelbal

  

Nb: dit zijn dezelfde onderwerpen van de groep 8-12 maar hier gaan we alles op punt stellen.

 

Jeugdkeepers 17-19 jaar

In deze leeftijdsgroep ligt de nadruk op het automatiseren van alle vaardigheden die van 12-

16 jaar zijn aangeleerd. De trainingen worden in een hoger tempo uitgevoerd en worden

zowel zonder als met druk van tegenstanders en medespelers ingepast. De rol van de

keeperstrainer is in deze fase van groot belang om de overgang van de Junioren naar de

Senioren te begeleiden. Alle aspecten die voor, tijdens en na de wedstrijd van belang zijn,

moeten worden doorgenomen. Het is voor de keeper ook van belang dat hij meedoet aan

positiespellen tijdens de eigen teamtrainingen.

 

Coachen en organiseren

 De afspraken die gemaakt zijn bij balbezit eigen team, TIJD, WEG, NIET TERUG, en HIER,

aanwijzingen tijdens het spel en het organiseren bij spelhervattingen moeten nu continue

herhaald worden.

Dit zijn standaardwaren, de doelman kan dat met andere termen afspreken met zijn verdedigers.

Bij deze categorie is het aangewezen dat de doelman ook intensief deelneemt aan de veldtrainingen om het balgevoel zo veel mogelijk onder de knie te krijgen.

Als afsluiter, het volledige programma voor een goede opwarming.

 

Warming Up voor de wedstrijd.

Het woord zegt het zelf, het gaat hier over de warming up voor de wedstrijd.

Uitgaande van deze definitie kunnen we dus stellen dat deze warming up volledig in het teken dient te staan van de wedstrijd.

Vele van onze doelmannen beperken zich tot het uitvoeren van enkel oefeningen (bal naar doel) in de warming up en dan meestal toch de oefeningen die ze het liefst doen.

In onze benadering gaan we uit van volgend standpunt:

  • Wedstrijd warming Up
  • Voorbereiding op de wedstrijd
  • Inoefenen van alle wedstrijdfacetten
  • Beheersen van alle wedstrijdsituaties

= goede wedstrijd

Bij de opwarming is het belangrijk dat er een duidelijk patroon is.

Niet elke week zitten dezelfde jongens op de bank. De trainer en de spelers dienen dus een goed beeld te hebben van hoe een warming up van de doelman eruit ziet

Het dus aangewezen om binnen onze club deze standaard Warming Up met alle trainers te delen. Indien iedereen hiervan op de hoogte is en dit over gans de lijn toepast zijn er nooit vragen en spelers wat er van hen wordt verwacht.

Om de warming up zo veel mogelijk op de wedstrijd af te stemmen is het aangewezen om de warming up ook in het doel te doen. Afhankelijk van de staat van het speelveld en eventueel andere omstandigheden kan je deze situaties ook nabootsen naast het doel. Toch ben ik voorstander om de warming up in het doel te doen. De afstanden zullen dan ook beter kunnen worden ingeschat door de doelman. Op verplaatsing zeker nuttig.

Laat de warming UP ook door de tweede doelman doen (indien aanwezig), dit geeft hem ook het gevoel van erbij te horen en ook van metaal belang. Wie kan er nog, de wisselspelers een ouder bij de lagere categorieën. Geef de doelman voldoende tijd om alle facetten in te oefenen. Voorzie 40 tot 45 minuten en zorg ervoor dat hij 15’ voor aanvang van de wedstrijd naar de kleedkamer kan om tot rust te komen en eventueel andere kledij aan te trekken.

Het volgende schema is de basis voor doelmannen die reeds op een groot veld aan treden, voor de andere categorieën worden bepaalde oefeningen weg gelaten.

 

Wedstrijd Warming UP (WU).

  • Start 45’ voor aanvang van de wedstrijd
  • 2de doelman geeft WU
  • WU altijd in doel (tenzij de omstandigheden heel slecht zijn)
  • Alle categorieën zelfde opwarming uitgezonderd de kleintjes.

 

1.Loop-en rek – en grondoefeningen:

Individueel lopen en rekken van verschillende spiergroepen + grondoefeningen(buikspieren)

Vooropgestelde tijd: 8 minuten

2.Vangen van de bal:

– Frontaal in volley +/- 20 ballen

– Dropkicks frontaal en in schuin ( eventueel in banaanvorm)

Vooropgestelde tijd: 5 minuten

  1. Vallen:

– doelman 1 rolt de bal naar doelman 2

– doelman 1 draait in en valt uit om getrapte bal van doelman 2 te verwerken (6 ballen, links en rechts uitvoeren)

Vooropgestelde tijd: 3 minuten

4.Rustfase:

– inspelen van de bal met de voet, links en rechts

– verwerken van terugspeelballen in gradatie rustig, strak, aannemen en inspelen.

Vooropgestelde tijd: 5 minuten

  1. Zweven:

– verwerken van de bal door te zweven (half hoogte) links en rechts 4 ballen, vanuit verschillende aangooihoeken

Vooropgestelde tijd: 3 minuten

  1. Flankvoorzetten:

– verwerken van flankvoorzetten uit verschillende posities

– altijd met weerstand van een speler

– Max. 4 posities per zijde

– doelman kan spelhervatting starten door te gooien, dropkicks, trap vanop de grond, trap vanuit de hand

Vooropgestelde tijd: 4 minuten

  1. Schieten op doel:

– vanuit verschillende posities op doel schieten

– Dwingen tot het correct trappen binnen het kader

– altijd stoppen met de opwarming met een goede bal

Vooropgestelde tijd: 4 minuten

  1. Binnen omkleden en mentaal voorbereiden op wedstrijd.

Totale tijd: 34 minuten